Teylers Stichting Procedure en beoordeling Prijs Prijsvraag 2018 Prijsvraag 2017 Prijsvraag 2016 Bekroonde Prijsvragen Gesloten Prijsvragen

Prijsvragen Teylers Tweede Genootschap

Procedure en beoordeling

  • Om voor beoordeling van een prijsvraag in jaar n in aanmerking te komen dienen de antwoorden schriftelijk in viervoud te worden ingezonden op een zodanig tijdstip, dat deze vóór 1 januari in het jaar (n+3), in het bezit zijn van Directeuren van Teylers Stichting, Spaarne 16, 2011 CH Haarlem. Antwoorden die na die datum binnengekomen zijn zullen niet in behandeling worden genomen.
  • De antwoorden moeten in het Nederlands, Frans, Duits of Engels zijn gesteld.
  • Ingevolge de bepalingen van Teylers testament mogen zij niet de naam van de auteur vermelden. Zij moeten slechts met een spreuk zijn ondertekend. Bij de inzending dient een verzegeld couvert te zijn ingesloten, met dezelfde spreuk als opschrift en bevattende naam en adres van de schrijver.
  • Opdat de inzenders niet langer dan nodig is in het onzekere blijven van de uitslag van de beoordeling, indien deze niet tot bekroning heeft geleid, dient men, behalve het verzegeld couvert, nog een open couvert toe te voegen, bevattende de naam van een vertrouwenspersoon, met volledig adres, tot wie de Stichting zich eventueel door correspondentie kan wenden.

De beoordeling vindt plaats door Teylers Tweede Genootschap, dat binnen vier maanden na de uiterste inleverdatum een voorstel omtrent bekroning zal doen aan Directeuren van Teylers Stichting. Dezen beslissen daarover binnen een maand; hun beslissing is onherroepelijk. Alle deelnemers aan de prijsvraag zullen direct daarna van de beslissing op de hoogte worden gebracht.

testament

Het testament van Pieter Teyler

bestuur

Het eerste bestuur van Teylers Stichting

Prijs en publicatie

De prijs bestaat uit een gouden erepenning, geslagen op de stempels van het Tweede Genootschap. Deze penning zal tijdens een bijzondere bijeenkomst in Teylers Museum aan de bekroonde inzender(s) worden uitgereikt. Van deze gelegenheid zullen vakbladen en pers, eventueel ook andere belanghebbende personen en instanties, tijdig worden verwittigd.

De bekroonde inzending zal door de auteur zelf worden gepubliceerd, onder vermelding van de bekroning door Teylers Stichting. Stichting en Genootschap kunnen overwegen hierbij behulpzaam te zijn.

ovalezaal

De ovale zaal

Prijsvraag voor het jaar 2018

Gevraagd wordt: een oorspronkelijke studie waarin gedemonstreerd wordt hoe prenten werden verspreid, gebruikt en gewaardeerd.

Toelichting

Toen de prentkunst in de tweede helft van de vijftiende eeuw ontstond, was het een revolutionair medium. Prenten konden in grote aantallen worden afgedrukt – tot in de honderdtallen. Daarmee was de prentkunst een massamedium avant la lettre, want met behulp van de drukpers was het voor het eerst mogelijk om relatief goedkope voorstellingen te produceren die beschikbaar waren voor een tamelijk breed publiek. Terwijl de vroegste prentmakers alle stappen in het productieproces en de distributie van prenten in eigen hand hielden, vond in de loop van de zestiende eeuw een vergaande arbeidsverdeling plaats, waarbij een prentenontwerper, graveur en drukker/uitgever nauw samenwerkten. Vooral de rol van de drukker/uitgever was daarbij groot. Hij vormde de spil van het prentenbedrijf die alle betrokken partijen samenbracht én de financiële risico’s droeg. De vroegste drukkerscentra bevonden zich in Zuid-Duitsland en Italië; vanaf de zestiende eeuw werd Antwerpen een belangrijk centrum voor prentenproductie. De allereerste prenten (veelal houtsneden) hadden vaak een devotionele functie en werden voornamelijk lokaal verkocht. Prenten werden echter al snel geliefd vanwege hun esthetische functie. Ze vonden hun weg door heel Europa en leenden zich daarom uitstekend voor de verspreiding van nieuwe stijlen, thema’s en motieven. Ook konden prenten dienen als propagandamiddel of nieuwsvoorziening, bijvoorbeeld wanneer in allegorische voorstellingen opvattingen over religie, politiek of moraal tot uitdrukking werden gebracht.
De laatste decennia is het kunsthistorisch onderzoek naar de productie van prenten sterk toegenomen, zowel nationaal als internationaal, waardoor onze kennis over dit medium aanzienlijk is vergroot. Er verschenen studies over zestiende- en zeventiende-eeuwse prentenuitgevers in Antwerpen, Haarlem, Den Haag, Keulen en Utrecht. Daarnaast waren er publicaties over de vijftiende-eeuwse houtsnede, over Amsterdamse prentmakers en uitgevers in de Gouden Eeuw, over grafische technieken in de vroegmoderne tijd en over zogenoemde ‘afzetters’, die er hun beroep van maakten prenten handmatig in te kleuren in opdracht van uitgevers of verzamelaars.
Tegelijkertijd groeide onder kunsthistorici de belangstelling voor de geschiedenis van prentenverzamelingen en voor de uiteenlopende functies die prenten konden vervullen. Dit kwam bijvoorbeeld tot uitdrukking in de bundel Collecting Prints and Drawings in Europe, c. 1500-1750 (2003) en op de tentoonstelling Prenten in de Gouden eeuw. Van kunst tot kastpapier in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam in 2006. Hoewel de grote lijnen in dit onderzoeksgebied zijn uitgezet en algemeen bekend is dat prenten vele functies konden vervullen – van verzamelobject tot verpakkingsmateriaal – is er juist vanwege de enorme prentproductie in de vroegmoderne tijd nog lang niet volledig in kaart gebracht hoe prenten werden gedistribueerd en functioneerden.

De prijs kan daarom worden toegekend aan een oorspronkelijke studie die bijdraagt aan onze kennis over de verspreiding, het gebruik en de waardering van prenten. Dit kan bijvoorbeeld een studie zijn over de prentenhandel, over het verzamelen van prenten, over het gebruik van prenten door kunstenaars en bouwmeesters, of over de functie van prenten bij de verspreiding van wetenschappelijke kennis of politieke of religieuze ideeën.
De studie kan een periode beslaan tussen circa 1450 en 1800, met het accent op de Noordelijke- of Zuidelijke Nederlanden. Het kan daarbij gaan om één of meerdere casus, of om een meer samenvattende studie die de problematiek van het onderwerp belicht.

Beantwoordingsvorm

Het antwoord kan bestaan uit een langere studie in de vorm van een voor publicatie gereed geschrift of uit een aantal publicaties (die merendeels zijn verschenen gedurende de laatste drie jaren vóór 1 januari 2021 en waarvan de indiener de auteur of één der hoofdauteurs is), vergezeld van een voor de gelegenheid van de prijsvraag geschreven stuk dat nog niet is gepubliceerd en dat de eerdere publicaties in een ruimer wetenschappelijk kader plaatst.

Documenten

koepel

De koepel

Prijsvraag voor het jaar 2017

Gevraagd wordt: een kritische studie naar het optimaliseren van duurzame multifunctionaliteit van bodems.

Toelichting

Bodemleven vormt het fundament onder ons bestaan, doordat het belangrijke ecosysteem-diensten levert. Het bodemleven heeft meerdere functies. Het maakt bijvoorbeeld voedingsstoffen uit organisch materiaal beschikbaar voor plantengroei, onderdrukt ziekten en plagen, zorgt voor een geschikte bodemstructuur en watervasthoudend vermogen, voorkomt erosie, zorgt dat drink- en oppervlaktewater schoon zijn en kan klimaatverandering afremmen door koolstof vast te leggen. Deze multifunctionaliteit vormt daarmee niet alleen de basis voor voedselketens in natuurlijke systemen, maar ook voor de landbouw en het functioneren van urbane systemen.

Het is daarom van cruciaal belang dat we zorgen dat de bodem gezond blijft, en dat we niet slechts één functie maximaliseren, zoals de productie van voedsel en biomassa, ten koste van andere functies, maar dat we al die verschillende functies, oftewel de diversiteit aan ecosysteemdiensten die de bodem levert, optimaliseren. Bij de huidige agroproductiesystemen is er duidelijke een spanning op dit gebied. Voor duurzame agrarische productie is het van cruciaal belang dat we deze multifunctionele optimalisatie gaan bereiken.

Dé energiebron voor het bodemleven is koolstof uit wortelexudaten en organisch materiaal. Voldoende koolstof in de bodem ligt daarmee ten grondslag aan een gezond bodemleven. Tegenwoordig is er echter een alarmerende en wereldwijde afname van koolstof in de bodem. Intensieve voedselproductie en het toegenomen gebruik van biomassa voor andere producten dan voedsel zorgen dat minder organisch materiaal wordt teruggevoerd naar de bodem en dat de koolstofbalans negatief is. Het gevolg is bodemuitputting en, in het ergste geval, totale bodemdegradatie. Om de multifunctionaliteit van de bodem veilig te stellen voor de toekomst, of na degradatie te herstellen, moeten we de koolstofgehaltes in de bodem verhogen.

Het inzicht in het functioneren van het leven in de bodem neemt snel toe, vooral door de ontwikkeling van geavanceerde moleculaire en chemisch-analytische onderzoekstechnieken. Maar het is nog onduidelijk hoe we de voeding van dit leven, de koolstof, het best kunnen garanderen. Vragen die hier spelen zijn bijvoorbeeld: Op welke wijze kunnen we het koolstofgehalte het beste verhogen? Welke stromen van organisch materiaal zijn hiervoor het meest geschikt? Hoe beïnvloeden de kwaliteit en kwantiteit van koolstof in de bodem de verschillende ecosysteemdiensten? Kunnen we het bodemleven sturen? En kunnen we daarmee de multifunctionaliteit van de bodem optimaliseren?

Gevraagd wordt naar empirisch of theoretisch werk dat nieuwe inzichten verschaft in hoe we door het voeden van de bodem multifunctionaliteit van de bodem (gewasproductie, natuur, ziekten- en plaagonderdrukking, schoon grond- en oppervlaktewater, koolstofopslag) kunnen optimaliseren.

Beantwoordingsvorm

Het antwoord kan bestaan uit een langere studie in de vorm van een voor publicatie gereed geschrift of uit een aantal publicaties (die merendeels zijn verschenen gedurende de laatste drie jaren vóór 1 januari 2020 en waarvan de indiener de auteur of één der hoofdauteurs is), vergezeld van een voor de gelegenheid van de prijsvraag geschreven stuk dat nog niet is gepubliceerd en dat de eerdere publicaties in een ruimer wetenschappelijk kader plaatst.

Documenten

gehoorzaal

De gehoorzaal

Prijsvraag voor het jaar 2016

Gevraagd wordt: een oorspronkelijke studie waarin aan de hand van Nederlands/Vlaams bronnenmateriaal gedemonstreerd wordt – met aandacht voor de Europese context – hoe de Middeleeuwen sinds de tijd van het Humanisme van invloed zijn geweest op de samenleving en culturele praktijk.

Toelichting

Het begrip medium aevum is gemunt door Petrarca in de eerste helft van de veertiende eeuw. Hij beschouwde de Middeleeuwen als een ‘tussentijd’, een donkere periode tussen zijn eigen tijd en de Klassieke Oudheid (die hem inspireerde). De bijzondere belangstelling voor de Klassieke Oudheid ontstond buiten Italië pas vanaf de late vijftiende en zestiende eeuw. Dat gebeurde onder meer op het terrein van de filosofie, historiografie, literatuur, architectuur, schilderkunst, het recht en de medische wetenschap. Humanisten namen daarbij het voortouw.
De Romantiek was de periode waarin de Middeleeuwen werden herontdekt. Als reactie op de Verlichting en de Industriële Revolutie kwamen ‘gevoel’ en ‘natuur’ op de voorgrond te staan. Napoleon riep overal in Europa nationale reflexen op, wat leidde tot een verhevigde interesse in de wortels van de ‘eigen’ beschaving, die veelal in de Middeleeuwen lagen. Vanaf de Romantiek werden de Middeleeuwen in toenemende mate ook wetenschappelijk bestudeerd. In de negentiende eeuw druppelden nieuw verworven inzichten door in het onderwijs en in boeken voor de jeugd.
Over het voortleven van de Middeleeuwen in de Romantiek is al veel geschreven, nationaal zowel als internationaal. Minder aandacht is uitgegaan naar het feit dat de Middeleeuwen in de periode daarvoor en daarna eveneens van invloed waren (en nog steeds zijn) op de samenleving en culturele praktijk, hoewel daar in het buitenland meer belangstelling voor bestaat dan in Nederland en Vlaanderen (vgl.
http://www.medievalism.net/). In een tijdsgewricht waarin wetenschappers de maatschappelijke relevantie van hun onderzoek moeten aantonen (valorisatie) kan het geen kwaad de invloed van de Middeleeuwen vóór en na de Romantiek als onderzoeksvraag centraal te stellen.

Beantwoordingsvorm

De prijs zal worden toegekend aan een studie waarin aan de hand van Nederlands/Vlaams bronnenmateriaal wordt gedemonstreerd op welke wijze de Middeleeuwen sinds het Humanisme van invloed zijn geweest op de samenleving en culturele praktijk. Daarbij dient het accent te liggen op de periode voor of na de Romantiek. Het mag daarbij gaan om een of meer casus, of om een samenvattende studie (die merendeels zijn verschenen gedurende de laatste drie jaren vóór 1 januari 2019 en waarvan de indiener de auteur of één der hoofdauteurs is).

Documenten

  • De Nederlandse brochure van de Prijsvraag 2016;

gehoorzaal

De penning

Bekroonde prijsvraag in 2016

In 2016 is de prijsvraag van prof. dr. F. van Lunteren, hoogleraar Geschiedenis van de Natuurwetenschappen te Amsterdam en Leiden en lid van Teylers Tweede Genootschap, uit 2013, geformuleerd met de titel: “gevraagd wordt: een historische studie die illustreert hoe onderzoek naar natuurwetenschappelijke collecties bij kan dragen aan inzicht in de vorming, circulatie en consumptie van kennis” bekroond met een gouden en zilveren penning.
De leden van het Tweede Genootschap en Directeuren van Teylers Stichting hebben op 9 december 2016 een gouden penning toegekend aan de inzending van dr. Martin Weiss “The Masses and the Muses. A History of Teylers Museum in the Nineteenth Century”met de begeleidende teksten “A ‘Complete’ History of Collections” en “A History of Science and Medicine Library”.
De inzending van dr. Hieke Huistra “Preparations on the move. The Leiden Anatomical Collections in the Nineteenth Century” met de verbindende tekst “Collection Matters: How Objects and Collections Shape Scientific Practices” is bekroond met een zilveren penning.

penning

De penning

Bekroonde prijsvraag in 2018

In 2018 is de prijsvraag van prof. dr. Niek van Sas, hoogleraar geschiedenis na 1750, Universiteit van Amsterdam en lid van Teylers Tweede Genootschap, uit 2015, geformuleerd met de titel: “Gevraagd wordt: een studie op het terrein van de emotie-geschiedenis, toegepast op een onderwerp uit de Nederlandse geschiedenis (Middeleeuwen tot heden)” bekroond met een gouden penning. De leden van het Tweede Genootschap en Directeuren van Teylers Stichting hebben op 28 september 2018 een gouden penning toegekend aan de inzending van Dr. Olga van Marion en Timothy Vergeer M.A. onder het motto “het zien gaat voor het zeggen” met de begeleidende teksten “De ‘History of Emotions’ in het Nederlandstalige toneel van de zeventiende eeuw”, “Woelen en kroelen op het toneel: ongewenst?”, “Gezongen emoties. Toneelliederen in Rodenburghs Vrou Iacoba bij de opening van de nieuwe Schouwburg”, “Spain’s dramatic conquest of the Dutch Republic. Rodenburgh as a literary mediator of Spanish theatre”, “Vrouwenmoord in Vondels Gysbreght.”.

penning

De penning

Prijsvraag voor het jaar 2015 (gesloten)

Gevraagd wordt: een studie op het terrein van de emotie-geschiedenis, toegepast op een onderwerp uit de Nederlandse geschiedenis (Middeleeuwen tot heden).

Toelichting

De geschiedwetenschap heeft de afgelopen decennia vele wendingen meegemaakt, zoals de linguistic turn, de spatial turn en meer recent de emotional turn. In de emotional turn gaat het om de rol die emoties spelen in het leven en meer bijzonder om emoties als historische categorie. Achterliggende vraag is of bij emoties inderdaad sprake is van zo’n historische categorie, veranderlijk in de tijd en variërend naar plaats en omstandigheden, of dat we hier eerder te maken hebben met onveranderlijke, biologische factoren. De emotional turn manifesteert zich inmiddels over de volle breedte van het historisch-wetenschappelijke spectrum, of het nu gaat om politiek, economie of religie, huwelijk en gezin, affectieve relaties en in verband daarmee te onderscheiden ‘emotionele regimes’. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een in de tijd veranderende betekenis van gevoelens van liefde, vriendschap, jaloezie, of aan de invloed van maatschappelijke veranderingen op de ervaring van heimwee en nostalgie. Of aan de vraag in hoeverre emoties, dan wel het uiten daarvan, verschillen naar sociale laag en maatschappelijke klasse.
Deze prijsvraag vraagt een historische toepassing van de emotional turn, ervan uitgaande dat gevoelens (in beginsel) inderdaad een historische categorie vormen. Om het onderwerp enigszins te beperken vragen wij een exemplarische toepassing van de emotional turn op een onderwerp uit de Nederlandse geschiedenis (van de Middeleeuwen tot heden). Dit mag zowel een diepteboring of casus zijn uit een specifieke tijdsperiode als juist een beschouwing over een historisch-emotioneel veranderingsproces dat zich uitstrekt over langere termijn. Een zuiver theoretische of methodologische studie is niet de bedoeling. Wel wordt het op prijs gesteld als het empirische onderzoek wordt ingekaderd in een theoretische of vergelijkende context.

Beantwoordingsvorm

Het antwoord kan bestaan uit een langere studie in de vorm van een voor publicatie gereed geschrift of uit een aantal publicaties (die merendeels zijn verschenen gedurende de laatste drie jaren vóór 1 januari 2018 en waarvan de indiener de auteur of één der hoofdauteurs is), vergezeld van een voor de gelegenheid van de prijsvraag geschreven stuk dat nog niet is gepubliceerd en dat de eerdere publicaties in een ruimer wetenschappelijk kader plaatst.

Documenten

gehoorzaal

De gehoorzaal